India

Door de vele klimaattypen en de grootte van het land heeft India een enorme variatie aan landschappen. India bestaat uit drie hoofdgebieden: de Himalaya (Sanskriet: ‘land van de sneeuw’), de noordelijke vlakte en het schiereiland.

Noord-India wordt beheerst door de Himalaya, hoewel alleen de westelijke en oostelijke uiteinden van deze bergketen binnen de Indiase grenzen vallen. De Kanchenjunga (8598 m) in Sikkim en de Nanda Devi (7816 m), zijn de hoogste toppen van India. De Himalaya wordt doorsneden door mooie dalen, zoals de vallei van Kasjmir.

Ten zuiden van de Himalaya ligt de grote noordelijke laagvlakte, met een gemiddelde breedte van ca. 320 km en op sommige plaatsen meer dan vijfhonderd kilometer breed. Deze laagvlakte wordt gedeeltelijk in beslag genomen door het stroomgebied van de rivieren de Indus, de Ganges en de Brahmaputra. Deze gletsjerrivieren leveren water voor bevloeiing en jaarlijks een nuttige sliblaag. De dikke lagen alluvium maken de laagvlakte tot een van de vruchtbaarste landbouwgebieden ter wereld. Dijken of modderbanken zijn de enige opvallende kenmerken die het eentonige, vlakke landschap onderbreken. In het noordwesten, in de deelstaat Rajasthan, ligt de extreem droge Thar woestijn, ook wel Indian Desert genoemd.

Het belangrijkste deel van het Indiase schiereiland is het droge Deccan-plateau, met de hoogste top in het zuiden. Het Deccan-plateau wordt door de lage Vindhyabergen gescheiden van de noordelijke vlakte. Naar het westen stijgt het plateau tot de maximaal 1646 hoge West-Ghats, die evenwijdig lopen met de westkust. Het Deccan-plateau helt zachtjes over naar het oosten, waar het uitloopt in een lage bergrug, de maximaal 1680 meter hoge Oost-Ghats. In het zuiden komen de Oost- en de West-Ghats samen en vormen daar de Nilgiriheuvels, die een hoogte bereiken van 2600 meter. Ten oosten van de Oost-Ghats daalt het land af naar de brede kustvlakte.

De grootste rivieren van het schiereiland, Cauvery, Godavari, Krishna, Mahanadi en Penner, stromen allen naar de Golf van Bengalen. In tegenstelling tot de Himalayarivieren zijn dit (moesson)regenrivieren, met als gevolg een sterk wisselende waterhoeveelheid.

Ongeveer 70 miljoen Indiërs leven nog steeds in stamverband. Al deze groepen samen worden Adivasi’s (oorspronkelijke bewoners) genoemd. In het huidige India leven meer dan 500 stammen die meer dan 40 talen spreken en hun oude gewoonten en religieuze gebruiken in ere houden. De meeste stammen leven in de ontoegankelijke dichtbeboste gebieden van India, zoals in Zuid-Bihar, West-Orissa, gedeelten van Madhya Pradesh, de Andaman-eilanden en de deelstaten in het noordoosten.

India is nog steeds voornamelijk een agrarisch land, waarvan ongeveer 75% van de bevolking op het platteland woont. De agrarische sector biedt werk aan ruim 65% van de beroepsbevolking en draagt voor ca. 27% bij aan het bruto nationaal inkomen. De agrarische productie is tegenwoordig voornamelijk gericht op de binnenlandse markt. Het landbouwareaal wordt voor meer dan 80% gebruikt voor de verbouw van voedselgranen als tarwe en rijst.

De gebrekkige infrastructuur vormt een van de belangrijkste hindernissen voor de economische ontwikkeling van India. Met name het platteland is per trein of auto niet of nauwelijks bereikbaar.

hotelbelPlaats hier uw ( aan ) vraag:
Volg de instructies bij “Niet zoeken maar vragen ”


Neem contact met ons op voor meer informatie: UNIGLOBE Special Travel